donderdag 15 maart 2018

Review: The Blues Goes On - The Blues Goes On

Gear Fab 2018 (GF-287)

De muziek op CD The Blues Goes On komt van zogenaamde Exploito muzikanten.
Dat wil zeggen, dat de meeste muzikanten op dit soort albums niet of nauwelijks bij naam genoemd werden op de hoezen en veel te weinig betaald kregen voor hun bijdrage aan de muziek.
Een van die bands was Sphinx Tush uit Hamburg, die onder de naam The Live Experience Band, die diverse Jimi Hendrix tribuut albums uit zagen brengen door de Duitse labels Ken en TT en de Italiaanse labels Joker en Broadway Internationaal.
Ook maakten ze enkele andere LP's, waaronder het in 1971 verschenen album "The Blues Goes On", dat onder de bandnaam The Blues Goes On verscheen.

Het album werd in 1971 via het Ken label uitgebracht en bevat 7 nummers, waarvan "Big Pink Vol.1 (Give Me A Horsecat)" het eerste is.
Daarin speelt de band een uitstekende swingende mix van progressieve rock en bluesrock in een gemiddeld tempo, waarna "He Died In Prison" volgt en de band een lekker in het gehoor klinkend rock nummer speelt, dat jazz invloeden heeft.
Dan brengt de band "Rimmer Blues" ten gehore, een mix van jazz en progressieve rock, die lichtelijk chaotisch klinkt en gevolgd wordt door "Hey Joe", waarin de band een vrij goede uitvoering van dit nummer laat horen.
In het 14 minuten durende "What Do See When You Turn Out This Life" speelt The Blues Goes On een fantastische progressieve rock song in een niet al te hoog tempo en na een minuut of 10 zit daar een heerlijke drums solo in, die ongeveer 2 minuten duurt.
Vervolgens speelt de band "Tribute To Lorenz Westphal", een schitterende instrumentale mix van bluesrock en progressieve rock en "Randolph Never Song", eveneens een verrukkelijk progressief rock nummer, dat met hoge snelheid gespeeld wordt.

Ook deze keer is Roger Maglio, met behulp van Hans Von Seyditz, die tevens voor de begeleidende tekst zorgde, er weer in geslaagd een geweldig album te lokaliseren, dat in de periode van uitbrengen sterk onder gewaardeerd is, waardoor het destijds in de schappen is blijven liggen.
Echte verzamelaars van jaren 60 en 70 muziek zullen zeker in hun nopjes zijn met deze her uitgave.

donderdag 16 november 2017

Review: The Bleu Forest - Ichiban Live At Jimmie's

Gear Fab-2017 (GF-286)

Eind 1965 begonnen Michael Cullen - zang en sologitaar, Gary Heuer - zang en sologitaar en Jack Caviness - drums, uit Moorpark, Californië, samen te spelen en eigen nummers te schrijven.
Na een half jaar kwam Ed Steele (basgitaar) dit trio versterken en nadat hij ingewerkt was, begon de band in en rond Moorpark op te treden, waarbij het publiek goed reageerde op hun zelf geschreven nummers.
De band werd geboekt voor een open microfoon avond, die in The Troubadour te Hollywood plaats vond en werd daar ontdekt door Jimmy Haskell, die onmiddellijk een afspraak met hen maakte om een demo in zijn huisstudio op te nemen.
Gary en Michael werden opgeroepen om hun militaire dienstplicht te vervullen en gingen naar Canada, waar vandaan Gary na enkele maanden terug keerde.
De band bestond toen weer in de oorspronkelijke bezetting op Michael na hij werd vervangen door Larry Wiseman - keyboards en Rohn Barkley - sologitaar en zang.
De nieuw ontstane band, die zich The Bleu Forest noemde, begon eigen nummers te schrijven en Michael, die de eerdere songs had geschreven, gaf de band toestemming, deze te gebruiken.
Jimmy Haskell had studio tijd voor hen geregeld bij Valley Recording Studio in Noord Hollywood, om een album op te nemen, dat "A Thousand Trees Deep" ging heten en onder leiding van Freddie Piro, die onder andere met The Grassroots had gewerkt en later ook de producer van Ambrosia en vele anderen zo worden, maakte de band de opnamen van hun plaat, die ongeveer 6 maanden zouden duren en in 1968 op een Ampex 8 sporen 2" recorder werden opgenomen.
Er was veel interesse voor het album van diverse grote platen labels, waaronder Tower Records, maar nadat er enkele maanden verstreken waren verliet Rohn de band om persoonlijke redenen en omdat The Bleu Forest nu geen zanger meer had, ging de platen deal niet door.
Antonio Barreiros van Golden Pavillion Records bracht het album alsnog op vinyl uit in januari 2016 en informeerde Roger Maglio van Gear Fab Records over de plaat en de mogelijkheid deze op CD uit te brengen en dat resultaat is te horen via de uitgave Gear Fab 279 (GF-279).
In augustus 1967 nam Jimmy Haskell een sessie van de band live via een 2 sporen recorder met 2 microfoons bij hem thuis in Hollywood op en de 11 nummers zijn via Gear Fab onder de naam "Ichiban Live At Jimmie's" als uitgave Gear Fab 286 verschenen en tevens als LP via het Golden Pavillion Records label.

Het album start met "Bitter Street" een lekker in het gehoor klinkende uptempo mix van garagerock en licht psychedelische rock, die gevolgd wordt door "Story Of A Sort", een uitstekend swingend stukje rock muziek met een aanstekelijk ritme.
Het volgende nummer heet "When I'm Alone" en daarin speelt de band een psychedelische song met diverse subtiele tempowisselingen, waarna "One I Love" volgt, een swingende beat song, die uitnodigd tot dansen.
Daarna speelt de band "I Need Sunshine", een schitterende beat song, die de sfeer van de jaren 60 prima weer geeft en dit nummer wordt gevolgd door "You Said You're Leaving", een heerlijke, vrij rustige, beat song met garagerock en pop invloeden.
In "Looking In (Introspection Song)" speelt The Bleu Forest een mooie rustige pop song met uitstekende samenzang en in "For You", speelt de band eveneens een prachtige rustige song.
Dan volgen "A Woodland Spring", een dansbare uptempo pop song, die halverwege tijdelijk van tempo verandert, "At Times", een prima rustige pop song en "Colored Rings", een geweldige swingende aanstekelijke pop song, die uptempo gespeeld wordt.

Ook deze keer is het Roger Maglio weer gelukt een vergeten tijdsdocument boven water te krijgen en dit is een ware aanvulling voor hen, die de muziek van de jaren 60 in hun hart hebben gesloten.

zondag 5 november 2017

Review: Mourning Dayze - A Wisconsin Garage Band (McIver Publishing, 2016) (Boek+DVD)

Nadat Gear Fab de CD Psychedelic States - Illinois In The 60s Vol.1 (GF-207) in 2004 had uitgebracht en daar een korte beschrijving van het wel en wee van de band uit die periode had bij vermeld, besloten Rick Pfeifer van The Mourning Dayze en enkele vrienden een compleet verhaal van de band te schrijven, om geïntereseerden meer informatie te verstrekken.
Het boek is in 2 delen gesplitst, waarbij deel 1 de periode van 1965 tot 1970 weergeeft en deel 2 van 1970 tot 2016.
Deel 1 bestaat uit 5 hoofdstukken: 1) De oprichting in 1965; 2) The Coachmen; 3) Mourning Dayze; 4) Fly My Paper Airplane; 5) De laatste maanden van de band en deel 2 uit 7: 1) Najaar 1970, waarin een nieuwe band samengesteld wordt; 2) 28 Jaar in Alpine Valley; 3) Aan het toeren; 4) 1981 The Rise Band; 5) Hergroepering in Queen Street; 6) Steve Dougherty - drums en zang, Jerry Lehr - basgitaar en zang; 7) The drum machine / werkstation; 8) Er van genieten nu het nog kan.
Verder staat er een voor- en slotwoord in het boek plus enkele voetnoten, een dankwoord en stukken, die free-lance journalist Lyle Ernst schreef.

Mourning Dayze werd in 1965 te Whitewater, Wisconsin door Doug Henry - sologitaar en cornet en Rick Pfeifer - slaggitaar en drums onder de naam The Coachmen opgericht.
Verder bestond de eerste formatie uit: Steve Ellmann - zang en drums, Ralph Wells - basgitaar en Ron Wolfe - drums.
Aan drummers had de band dus geen gebrek, maar er werd afgesproken, dat Rick slagitarist werd, Steve zanger en Ron drummer, terwijl Doug sologitarist en Ralph basgitarist was.
Nadat Ron in 1966 in militaire dienst moest, nam Steve de drums voor zijn rekening en omdat Ralph van band veranderde, werd hij vervangen door sologitarist Ken Polacheck, waarna Doug besloot basgitaar te gaan spelen.
Ken zou echter slechts 4 maanden in de band blijven, omdat hij in februari 1967 de kans kreeg studio werk in Californië te gaan doen en werd vervangen door sologitarist, zanger John Valentine.
Aangezien er nog een andere band onder de naam The Coachmen actief was, werd de bandnaam veranderd in Mourning Dayze en door de verscheidene bandwisselingen en veranderende muziek cultuur, werd ook hun muziek anders.
Dat resulteerde in het maken van de enige single "Fly My Paper Airplane" / "Sad Man's Dayze", die in 1967 op de markt verscheen via het Kiderian label, maar helaas voor de band weinig gedraaid werd via de radio stations.
In de zomer van 1968 stapte John uit de band en vonden de anderen in Chuck Amato, die orgel speelde, een vervanger en vond de band tevens een goede oefenruimte in de garage van Ray en Betty Pfeifer.
De volgende band wisseling was dat Chuck de groep verliet en vervangen werd door Mike Warner, die oorspronkelijk drummer was, maar ook kon zingen en in 1969 als zanger bij de band kwam, om in mei 1970 uit de band te stappen.
Doug was in 1969 getrouwd en begon in het najaar les te geven aan studenten en vervolgens moest Steve eind september 1970 in militaire dienst, zodat er werd besloten om de band op te heffen
De band was erg populair in het mid-westen en speelde regelmatig op de vele campussen, die Wisconsin rijk was en in café's waar veel jongeren kwamen.
Niet alleen waren ze populair door hun muziek, maar ook door hun geweldige lichtshows en ze waren één van de eersten, die stroboscopes gebruikten.
Mourning Dayze speelde niet alleen in Wisconsin, maar trad ook op in de staten New York, New Jersey, Florida, Idaho en Canada.
Enkele bekende muzikanten speelden in Mourning Dayze gedurende de eerste vijf jaar, dat de band bestond, zoals Curly Cook (gitarist van Steve Miller Band),  Berry Oakley (basgitarist van Allman Brothers Band) en Mike Warner (drummer van Curtis Mayfield en The Impressions).
Ook opende de band voor verschillende bekende bands, zoals Ohio Express, Lemon Pipers, The Trashmen, New Colony Six en The Music Explosion.
Het boek geeft tevens een overzicht van de plaatsen, waar Mourning Dayze tijdens de eerste 5 jaar van hun bestaan optradplus diverse kantekeningen daarbij.

Deel 2 begint met het moment, dat Rick besloot een nieuwe band te vormen en drummer Dennis Ketterman als eerste daar voor benaderde.
Vervolgens vroeg hij basgitarist "Boom Boom" Bob Jenson en zijn zuster Risé, die de zang voor haar rekening zou nemen, maar omdat Dennis andere plannen had en stopte met de band, zocht hij een andere drummer, die hij vond in de persoon van Robert E. Lee, waarna de nieuwe Mourning Dayze een feit was.
Daarna wordt er een stuk beschreven over de jaren 1972-2000, waar Rick en zijn zuster Rise vaak als duo optraden.
Gedurende de 28 jaar, dat de band actief was, deden er zich veel bandbezettingswisselingen voor, waaronder de vervanging van Bob Jenson door Vaughn Monogue, die op zijn beurt vervangen werd door Doug Matz, maar ook hij bleek geen vaste kracht en zijn vervanger was een basmachine.
In 1978 ging Robert uit de band en kwam Mike Harmon voor hem in de plaats en in 1979 kwam Johnn Stull als basgitarist de plek van de basmachine over nemen, althans tot 1980, want in het najaar van 1980 werd hij vervangen door Tom McGirr.
Omdat de band niet genoeg werk had, besloten Tom en Mike, die beide full time muzikanten waren, te stoppen en Rise en Rick vormden een nieuwe band met de naam The Rise Band, waarin Leroy Dehny de basgitarist werd en Herman Sarduey de drummer.
Leroy verliet de band om deel te gaan uitmaken van The Neville Brothers om later bij Prince in de band te spelen en Herman stopte eveneens, waarna Rick, Risé en Jerry Hebebrand, die inmiddels getrouwd waren, naar Whitewater terug gingen.
Verder staan er weer enkele stukken in, die door Lyle geschreven zijn en betrekking hebben op de periode 1970-2016 en duurt de bijgevoegde DVD ruim 2 uur en 30 minuten.

De DVD start met de single "Fly My Paper Airplane" en gaat vergezeld met live beelden en foto's van de band, waarna Lyle Ernst, een interview doet met de  bandleden van het eerste uur: Rick Pfeifer, Doug Henry en Steve Ellmann, die het verhaal van de band vertellen.
Na 1 uur en 15 minuten krijg ik het verhaal van Risé Hebebrand, Rick Pfeifer, Bob Jenson en Wayne Skau te horen, die in de laatste formatie speelden, om na een half uur te vervolgen met alleen Rick en Risé, die over de muziek, het boek, hun ouders en andere zaken praten, waarna de DVD afgesloten wordt door "Sad Man's Madness", dat de B-kant van de single is.

Mourning Dayze treedt nog steeds elk jaar op tijdens het voorjaar en herfst in de westelijke staten door hun speciale voorliefde voor het toeren.
De band bestond in ieder geval tot 2016, waarbij de formatie tussen 1998 en 2016 hoofdzakelijk bestond uit: Rise, Rick, Bob Jenson (basgitaar) en Wayne Skau (drums).

Hieronder volgt nog een recensie van het album The Lost Recordings met opnamen uit hun periode 1965-1970.

Mourning Dayze - The Lost Recordings (GF-225) (2011)
De CD bevat 8 songs, waarvan de single er één is en hier begint de CD dan ook mee.
"Fly My Paper Airplane" is een geweldige progressieve rock song met een aanstekelijk swingend ritme, dat in sneltreinvaart gespeeld wordt en het volgende nummer, "Sad Man's Madness" is een psychedelische rocksong.
Dan volgen er zes onuitgebrachte songs, waarvan de opname kwaliteit niet helemaal lekker klinkt, maar dat wordt grotendeels gecompenseerd door de prima muziek, die de band ten gehore brengt.
"Man With The Thin Mind" is de eerste van die zes en dit is een heerlijke progressieve rock song, die gevolgd wordt door "Moon That Gives No Sunlight", een countrypop song, die in de stijl van late Byrds songs gespeeld wordt.
Daarna krijg je een schitterend psychedelisch stukje muziek voorgeschoteld in "Rain Time" en "The Mourning Dayze", zoals het volgende nummer heet, klinkt me erg bekend in de oren, al kan ik even niet bedenken waar ik dit van herken, in ieder geval is het een prima popsong, die zeker hit kansen had gehad, als het uitgebracht was geweest.
Nu is het tijd voor een ballad moet de band gedacht hebben en met "Are We Going To Say Goodbye?" verrast The Mourning Dayze me, want dit rustige stukje muziek klinkt fantastisch.
Als afsluiter is er gekozen voor een altenatieve versie van "Fly My Paper Airplane", die helaas door de geluidskwaliteit een stuk minder klinkt, dan het origineel, dat op single verscheen.

Ondanks het feit dat de songs niet helemaal optimaal klinken, vind ik toch dat de CD van Mourning Dayze een waardevol document is, waarop schitterende songs staan en alleen al daarom verdiend om beluisterd te worden.













woensdag 6 september 2017

Review: Drywater - Backbone Of The Nation

Gear Fab 2017-(GF-285)

Drywater werd in 1972 te Clark/Greenville, Pennsylvania, Amerika, opgericht door Dennis Cheplick - sologitaar en Jack Servis - zang en slaggitaar, die beiden luisterden naar de muziek van The Beatles, The Rolling Stones, Creedence Clearwater Revival en Chuck Berry en zich door die artiesten ook muzikaal lieten beïnvloeden.
Eind jaren 60 begon Dennis met het schrijven van eigen nummers, maar nadat hij Jack had ontmoet, begonnen ze samen songs schrijven en nadat ze er genoeg hadden, wilden ze die op een LP zetten, om op die manier geld te verdienen en meiden te versieren.
In de lokale opname studio van Marjon Records huurden ze eind september tijd om hun songs op te nemen en vroegen Dennis' broer Gregg - drums en Ken Turcic (de vriend van Jack's zuster) - basgitaar hen daarop bij te staan.
Na enkele tijd in de oefenruimte te hebben doorgebracht, werden de nummers in 3 uur tijd live in de studio opgenomen.
Vervolgens stuurde de band de mastertapes naar RPC in New Jersey, waarvan er door geld gebrek slechts 25 stuks van geperst konden worden.
Daarvan werden er 15 naar platenmaatschappijen verstuurd en de overige 10 werden voor hen zelf bewaard en om aan vrienden te geven, maar er kwamen helaas voor hen totaal geen positieve reacties op, totdat in 2003 een grammofoonplaten verzamelaar enkele originele exemplaren wilde kopen voor $100 per stuk.
In 2009 kwamen ze er achter, dat een origineel exemplaar op E-Bay $700 op leverde en dat een radio station in New Jersey delen van  hun album draaide.
Kort daarna nam een verzamelaar uit Zweden contact met Gregg op, om een exemplaar van hem te kopen voor $1000 en dit verzoek werd voor die prijs natuurlijk beloond.

Het album bevat 12 eigen composities en begint met de titel song "Backbone Of The Nation", waarin de band een progressieve rock song ten gehore brengt, die een aanstekelijk ritme bevat en gevolgd wordt door "If Only I Would Have Told You", een redelijk klinkende pop song met een enkele subtiele tempowisselingen.
Daarna speelt de band "I Don't Love Her Anymore", een mooie rustige pop song, waarin de muziek doet denken aan "Three Steps To Heaven", waarna "Too Much Of Nothing" volgt en de band opnieuw een rustige band speelt.
In "Airplane Rider" speelt Drywater een uptempo rock song, die diverse tempowisselingen heeft en in "Untiteld Love" een lekker in het gehoor klinkende pop song.
Dan volgt "The Stones You Throw", een rustige pop song, die gevolgd wordt door "Hooky Player", waarin de band een vrij goede pop song laat horen, waarna "Sweet And Free" te horen is en ook daarin brengt de band een uitstekende rustige pop song ten gehore.
Vervolgens staan "How Many More Years", een swingende dansbare pop song, "Like A Vine", een prima pop song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en "Deception", een heerlijke pop song met een aanstekelijk ritme.

Hulde voor Roger Maglio, die er ook deze keer weer in geslaagd is een obscuur album te lokaliseren en het beschikbaar te maken voor verzamelaars en liefhebbers van jaren 60 en 70 muziek.

zaterdag 15 juli 2017

Review: Daybreak - Daybreak

Gear Fab - 2017 (GF-284)

Daybreak uit Pearl River, New York, werd in 1969 dor 5 high school vrienden opgericht, die dezelfde muzikale interesses hadden.
Oorspronkelijk heette de band Identical Stranger en bestond uit: Graig Kozlow - sologitaar en zang, Vinnie seplesky - basgitaar en zang en Bruce Pollack - drums.
Nadat ook Mike Ciulla - zang en kazoo en Rich Alper - keyboards en saxofoon zich bij het trio hadden gevoegd was de band, die ze vanaf toen Daybreak noemden, een feit.
De band werd vrij bekend in de streek rond Rockland County, New York, trad regelmatig op met andere regionale bands en won een belangrijke bandjes wedstrijd, waardoor ze nog meer bekendheid kreeg.
Het repertoire van Daybreak bestond uit eigen nummers en covers van groepen zoals Steppenwolf, The Who, Grand Funk Railroad, Cream, Mountain, Moody Blues, Rolling Stones en Iron Butterfly.
Hun debuut album "Daybreak" verscheen in 1971 in een beperkte oplage van 400 stuks via het RPC (Recorded Publications Company) label.

Het eerste nummer van het album, dat 7 nummers bevat, heet "Can't Get Down" en hierin speelt de band een heerlijke progressieve rock song, waar enkele prima tempowisselingen in zitten en het gitaarspel zo nu en dan stevig is.
Daarna volgt de Neil Young cover "Down By The River", waarin de band een redelijke uitvoering van deze song ten gehore brengt, om te vervolgen met "(I'm Only) Half Here", een uitstekende progressieverock song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en diverse subtiele tempwisselingen heeft.
Dan laat de band een lekker stukje rock & roll horen in "(Were Gonna) Rock Around The Clock" (Bill Haley), waarna de cover "Night In White Satin" (Moody Blues) volgt en Daybreak een song speelt, waarin de muziek zo nu en dan overstuurd is.
In "Monster, Suicide, America", dat bijna 10 minuten duurt, speelt de band een progressieve rock song met diverse tempowisselingen en in het laatste nummer van het album "Alone Again" brengt de band een schitterende rustige rock song ten gehore, die abrupt wordt afgebroken, zodat het idee rijst, dat het nummer een stuk langer behoord te zijn.

Roger Maglio van Gear Fab is er andermaal in geslaagd met behulp van een vriend (Clark Faville) een collector uit begin jaren 70 her uit te brengen en deze CD is opgedragen ter nagedachtenis van Graig Kozlow, die in 2010 overleed.

vrijdag 23 juni 2017

Review: Blues-Rock Festival '70 - Beat Club International

Gear Fab - 2017 (GF-283)

De term "Exploito" werd tijdens halverwege de jaren 60 bedacht, doordat de muziek industrie bands inhuurden, die muziek speelden tegen de laagste kosten.
Veel van de artiesten werden dan ook niet met naam vermeld op de grammofoonplaten hoezen, maar de muziek die deze bands maakten was zeker niet slecht.
Op de vele uitgaven van de labels zoals Europe, en German Fass, waren het hoofdzakelijk leden van uit Hamburg afkomstige The German Bonds en The tonics, aangevuld met Rattles' basgitarist Herbert Hildebrandt, die werden gevraagd.(zie ook GF-274)
Roger Maglio heeft voor deze uitgave weer 2 albums uit die periode op 1 CD gezet, waarvan de eerste "Blues-Rock Festival '70" heet.
Daarop worden bandnamen zoals: Bluegrass Champions, Rock Revival Ltd. en The Moody Five vermeld, maar in feite zijn het de muzikanten, die hierboven zijn  beschreven.

Het album, dat 12 live nummers bevat, werd destijds via het Metronome Perl Serie label uitgebracht en verscheen later via TT en Astan Records.
Het eerste nummer van de plaat heet "Blue Tail Fly", een lekker in het gehoor klinkende progressieve rock song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en deze wordt gevolgd door "The Girl I Left Behind", een uitstekende mix van blues en pop, waarin de zang lichtelijk aan die van Robert Plant van Led Zeppelin doet denken.
Daarna volgt "Trapeze", een swingende uptempo bluesrock song, die gevolgd wordt door "Old Dan Tucker", waarin de band een swingende bluesrock song met een aanstekelijk ritme speelt.
In "The Valley So Low" speelt de band een dansbare rock song, in "Devil" een swingende rock song met hardrock invloeden en in "Barbara Allen" een mix van garagerock, hardrock en pop.
Het volgende nummer heet "Stewball" en dit is een heerlijke progressieve rock song, die gevolgd wordt door "From College", waarin de band een prima stukje progressieve rock ten gehore brengt.
"Sugar In Your Tea" begint vrij rustig, maar na korte tijd verandert dat en speelt de band een uptempo mix van progressieve rock en bluesrock, die enkele tempowisselingen heeft en gevolgd wordt door "Sleep Tight", een slaap liedje, dat in een uptempo gespeeld wordt, waarna het laatste nummer van de LP, een fantastisch stuk instrumentale bluesrock, te horen is, getiteld "Race".
Ook de LP Beat Club International werd live opgenomen en verscheen via het Metronome Perl Serie label en werd later door TT en Astan Records uitgebracht.
De plaat begint met "Aunt Rhody", een swingende rock song, die een hoog meezing gehalte heeft en gevolgd wordt door "Wayfaring Stranger", een uitstekende pop song.
Daarna speelt de band "Betsy", een swingende rock met een aanstekelijk ritme, waarna "Careless Love" ten gehore gebracht wordt, een schitterende progressieve rock song.
Dan volgt "King In Heaven", een prachtige rustige pop song, die in de stijl van Elvis Presley gezongen wordt en instrumentaal wel iets weg heeft van "A Whiter Shade Of Pale" van Procul Harum en dit nummer wordt gevolgd door "Railroad", een fantastische progressieve rock song.
In "Blow The Man Down" speelt de band een verrukkelijke swingende progressieve rock song en in "Drill Your Dog" een mix van bluesrock en progressieve rock.
Vervolgens speelt de band "Matty Groves", een mix van pop, rock en reggae, waarna "Brother" volgt, een lekker in het gehoor klinkende swingende rock song met progressieve rock enn soul invloeden.
Verder staan "Lost Women", een geweldige bluesrock song en "Mr Whyler", een swingende rock song, op het album.

Roger Maglio is er met behulp van Hans von Seydlitz (NL) weer in geslaagd 2 fantastische albums boven water te brengen en op CD uit te brengen en deze is het aanschaffen meer dan waard.

woensdag 12 april 2017

Review: Psychedelic States - Missouri In The 60s Vol.1 & Vol.2

Gear Fab 2017 (GF-282)

In de serie Psychedelic States staat deze keer Missouri centraal en heeft Roger Maglio van het Gear Fab label weer veel bands weten te lokaliseren, waardoor dit een 2CD is geworden, want staan maar liefst 54 nummers van 48 bands op deze dubbel CD, die samen goed zijn voor 140 minuten muziek.

CD 1 start met The Nightcaps uit Manchester, die "Tell My Baby" spelen, een lekker in het gehoor klinkende beat song, die samen met 3 andere nummers van hun EP uit februari 1966 komt en deze werd door het Vettis label uitgebracht.
Larry & The Upsetters uit St. Louis brachten in januari 1966 de single "Everything Gone's Wrong", een mooie rustige pop song, met "Hurt Me" als achterkant, uit.
In maart 1968 verscheen "You Could Help Me Eae The Pain", een prachtige melodisch klinkende pop song, van The Unknown's uit Belleville, die "All Over The World" als B-kant had.
De band bracht 3 singles uit, waarvan deze via het Cinema label en is op deze 2CD met 3 nummers vertegenwoordigd.
Uit St.Louis kwam de band The Intruders, die in maart 1966 de single "That's The Way" / "I'll Go On", een aanstekelijke mix van beat en surf via het Marlo label uitbrachten en ook deze band is met meerdere nummers op de 2CD te horen.
The Happy Return uit St.Louis bracht in juni 1969 de single "I Thought I Loved Her" / "To Give Your Lovin'", een swingende rock song, via het Cadet lable uit en van Roy & The Bristols, die eveneens uit St.Louis kwamen, verscheen in augustus 1966 hun enige single "I Love You" / It's Your Fault", een mix van rock & roll en rhythm & blues en had geen label aanduiding.
In juni 1967 verscheen "What You've Shown" van Symbols uit St.Louis, een schitterende aanstekelijke rock song met diverse tempowisselingen, die "I Know That I" als andere kant had, via het Anaconda label en in mei 1967 bracht het G.A.R. label de single "To Forgive Is Devine", een zeer rustige pop song met "High Heeled Sneekers" als achterkant van Jekyl & The Hydes uit Columbia uit.
The Esquires uit Springfield staan met twee nummers op dit album en "She's My Woman", een swingende beat song uit oktober 1966, die "Misfortune" als B-kant had en op het Dot label verscheen, is de eerste hiervan.
The Blue Velvets kwam uit Kansas City en van deze band verscheen in maart 1965, op het Damon label, de single "Some Other Time" / "Don't Leave Me This Way", een lekker swingende beat song.
Uit St.Joseph kwam The Catalinas, die in 1967 via Chase Candy de single "The CoCo Cherry Mash" / "Talkin' Bout You Now", een mix van rhythm & blues en een  garagerock song en in september 1966 bracht The Fab(ulous) Four uit Kansas City de single "Young Blood" / "I'm Always Doing Something Wrong", een schitterende beat song, uit, via het Brass label.
The Chesmann Square uit Kansas City zag hun single "Try" / "Circles", een uitstekende cover van het Who nummer, door het Lion label uitgebracht worden in februari 1969 en The Vectors uit Frederickstown bracht in juli 1968 de single "Cry Me A 1,000 Tears" / "Pailey Haze", een fantastische licht psychedelische song, op hun eigen Custom label uit.
Ook The Herde uit St.Louis bracht in oktober 1966 een cover via het Cinema label uit en wel van de Britse band Manfred Mann  die het nummer "Mister (You're A Better Man Than I)" meerdere malen gecovered zag en in deze uitvoering speelt de band een geweldige garagerock song, waarvan de zang sterk op die van Wally Tax van The Outsiders lijkt.
Swingende klanken komen van The Guise uit St.Louis, die een mix van psychedelische muziek en garagerock maakten en het nummer "Biographical Except File 6319Q" ten gehore brengen van hun in augustus 1967 via het Musicland verschenen single, die "The Looking Glass" als achterkant had.
In mei 1966 verscheen de single "Whistling Surfer" / "Last Laugh", een prima pop song, van The Cholos uit Ft. Leonard Wood en The Coachmen uit Independence bracht in de jaren 60 een demo proefpersing op het Damon label uit, getiteld "To Many Reasons", een uitstekende swingende rock song met progresseieve rock en garagerock invloeden.
Van St.Petersburg Paradox uit St.Louis verscheen in 1967 de single "Where She's Gone" / "Won't You Take Me", een licht psychedelische pop song, die op een label zonder aanduiding, maar via Technisonic Custom uitgebracht en ook de volgende band, die Electric Sensation heet en eveneens uit St.Louis kwam, bracht hun single "Mary" / "Goodbye Boy", een redelijke pop song, via dat zelfde label uit.
The Clann uit Columbia zag, in juni 1967, hun single "Hey Baby" / "Tall Towers", een heerlijke aanstekelijke swingende pop song, door het G.A.R. label verschijnen.
De uit Kansas City afkomstige band The Blazers bracht in november 1965 op het Brass label hun single "I Don't Need You", een licht psychedelische pop song uit, die Lovin' To Do" als andere kant had en ook in oktober van dat zelfde jaar verscheen via het Theta-Chi label de single ""Contenment" / "Kapo", een live opname, waarin de band een pop song met soul invloeden ten gehore brengt.
In 1967 verscheen "Where Are You", een schitterende mix van garagerock en beat van The Kyks uit Marshall, via het RAF Prductions label met "When Love Comes Search For Me" als achterkant.
Hoss & The Lords uit St.Louis maakte een onuitgebrachte demo, getiteld "Merry Go Round", een uitstekende pop song, die diverse tempowisselingen bevat en prettig in het gehoor klinkt en ook "It's No Use", een swingende beat song van Oliver's Warlocks uit St.Louis is een onuitgebrachte demo.
Het laatste nummer van CD 1, "Go Naked In The Rain" van The Body, is een rustige pop song, die plotseling van tempo en ritme verandert en uitmondt in een geweldige heftige rock song met veel fuzz op de gitaar.
Het eerste nummer van CD 2 komt uit 1968 en heet "Facts Of Life", een fantastische garagerock song van The Extreems uit St.Louis, die door het Star Trek label werd uitgebracht en "Substitute" als achterkant had en gevolgd wordt door "You Want Me Too", een prima uptempo beat song, van The Unknowns, die in 1965 verscheen het Marlo label met Baby's In Black" als B-kant.
In april 1967 verscheen, via het G.A.R. label, de single "Someone Else Like You" / "You Lied To Me", een swingende beat song, van The Vandals uit Columbia en in maart 1968 bracht het Musicland label de single "The Next Thing To Nothing" / "I'm Going To Fight", een uitstekende licht psychedelische pop song, van The Last Resort uit.
The Statics uit St.Louis zagen hun single "I Cant Hold It Back" / "Again And Again", een mix van beat en psychedelische pop, door het Leeander label verschijnen.
Op het Norman label verscheen in maart 1967 de single van The Ovaitt Brothers uit Jefferson City, getiteld "Don't You Think I Know" / "How Can I", een heerlijke beat song, waarin enkele subtiele tempowisselingen zitten en in mei 1968 bracht Cole And The Embers uit Kirkwood H.S. hun single "Hey Girl" / "Love Won't Hurt You", een schitterende licht psychedelische mix van beat en garagerock, via het Star Trek label uit.
The Aardvarks uit St.Louis brachten in augustus 1968 via het Arch label hun single "Unicorn Man" uit, een swingende pop song met "Subconsious Train Of Thought" als andere kant en Those Few uit Springfield liet het Damon label hun single "Will You Love Me" / "It's All Right", een fantastische beat song in Britse stijl, uit brengen.
Het Technisonic Custom label bracht de single van de uit St.Louis afkomstige band Kempion uit, getiteld "Red Sunrise", een rustige licht psychedelische pop song met Bad Boy From St.Louis" als achterkant en van The Esquires verscheen in juli 1967 de single "Summer Nights" / "Settle Down", een lekker in het gehoor klinkende psychedelische pop song.
B.J.And The Hobson Brothers kwam uit Granby en liet hun single "To Those Wishing" / "Mad Sad Man", een uitstekende pop song in gemiddeld tempo, uit 1965, door het Valor label uitbrengen en The Rogues uit St.Louis bracht in dat jaar de nummers "Come Back Home" en "Oh Why", een prima uptempo beat song in Britse stijl, via het Norman label uit.
St.Louis is de plaats waar de meeste bands vandaan kwamen en The Squires was er daar één van.
Hun single uit 1965, "Pieces" / "Wonderin'", een heerlijke vrij rustige beat song, verscheen via Crestfine en in 1966 verscheen via het Marlo label de single "I'll Feel A Whole Lot Better" / "The Modern Era", een vrij rustige pop song met een aangenaam ritme, van The Unknowns.
The Four Of Us uit Kansa City maakte in 1967 voor het Damon label de demo "She's No Fool", een swingende beat song, die prima tempowisselingen bevat en "Harlem Shuffle" als achterkant heeft, terwijl in dat jaar The Belearaphon Expedition uit St.Louis het onuitgebrachte nummer "All We Really Need Is Love" opnam en dit is werkelijk een verrukkelijke swingende progressieve rock song met een aanstekelijk ritme.
In november 1968 verscheen, via het Cadet label, "I Can", een lekker klinkende pop song met diverse tempowisselingen, die "A Day Like Today" als B-kant had, van The Truth uit St.Louis  en in 1969 bracht het Lion label de single "Virgin Lover" / "If I Didn't Wan To See You Anymore", een praachtige licht psychedelische pop song, van Morning Star, uit Kansas City, uit.
The Loved Ones was een band uit Kansas City, die voor Damon de demo "La Da Do Da Da" / "Life Of My Own", een heerlijke garagerock song, opnam en in 1967 verscheen de single "Time" / "News", een uitstekende garagerock song met een swingend ritme, van The Guise op het Musicland label.
Het Farad label bracht in 1968 de single "European Traveler" / "Early In The Morning", een mooie pop song met diverse tempowisselingen en psychedelische rock invloeden, van de uit Rolla afkomstige band The Last Exit uit.
In 1965 maakte The Inquires uit Kansas City voor Diamond een promo demo, getiteld "Midnight Blues" / "Never Meant To Be", een schitterende beat song in Britse stijl en The Intruders brachten in november 1966 op het Cinema label de single "Ruins" / "Total Raunch", een lekker in het gehoor klinkende swingende pop song, uit.
"Watermelon Man", een uitstekende mix van rhythm & blues en beat, van The Others uit Kansas City, die "I Love You So" als achterkant had, werd in 1966 door de band als proef persing gemaakt en in the Mid Western Recording Studios opgenomen.
Van The Happy Return uit St.Louis verscheen op het Stack label in november 1967 de single "Maybe" / "Longed For", een zeer swingende beat song met een aanstekelijk dansbaar vrolijk ritme en Summit uit Clinton bracht in 1969 de single "Thank You Mr. Jones" / "The Darkness", een schitterende hardrock song, via het North Room label uit.

Net als alle andere Psychedelic States, is ook "Missouri In The 60s" een fantastische uitgave, die vol staat met onbekend gebleven zestiger jaren bands en naar mijn idee, een "Must" voor de liefhebbers van dit genre.